Actueel


Diatentoonstelling 75-jarige Beatrixsluis


De Beatrixsluis was haar tijd ver vooruit. Nieuw was o.a. de toepassing van hefdeuren. Nog steeds is deze sluis modern te noemen. Maar ook hier geldt dat de geschiedenis zich herhaalt.


Met bijna 50.000 schepen per jaar is de Beatrixsluis een van de drukste binnenvaartsluizen van Europa. Er liggen plannen klaar om de capaciteit te vergroten met grotere, extra kolk.


In de afgelopen eeuwen gaven diverse verbeteringen van de vaarwegen de binnenvaart nieuwe impulsen. In Vreeswijk ontstonden geregeld lange wachttijden voor de Oude Sluis en de Koninginnensluis. Als verbetering van het Merwedekanaal, dat in 1892 was aangelegd, werd het Amsterdam-Rijnkanaal (1931-1952) gegraven.


Het Lekkanaal met de Beatrixsluis als nieuwe verbinding tussen dit kanaal en de Lek, leidde het scheepvaartverkeer om Vreeswijk heen. Dat betekende voor het schippersdorp een enorme economische aderlating maar voor de binnenvaart een betere doorstroming.


De diapresentatie is nog het hele jaar (2014) te zien.



De samenwerking tussen de 3-E’s krijgt vorm!

De samenwerking tussen de 3 Erfgoedinstellingen in Nieuwegein, Het Vreeswijks Museum, Historische Kring/Museum Warsenhoeck en de Museumwerf Vreeswijk, gaat vorm krijgen.

Op 5 september 2013 hebben de drie instellingen een intentieverklaring tot nadere samenwerking getekend in het Stadshuis van Nieuwegein. Wethouder Hans Reusch was daarbij aanwezig en hij complimenteerde hen met hun voornemens.

De 3 Erfgoedinstellingen zetten zich al jaren in voor het erfgoed van vroeger en nu in Nieuwegein. Hoewel de nieuwe stad in 1971 is ontstaan door samenvoeging van de vroegere gemeenten Jutphaas en Vreeswijk, gaat de gezamenlijke geschiedenis veel verder terug in de tijd. Zo lag hier al in de 13e eeuw het stadje Geyn, in de tijd van de Romeinen waren er tenminste zeven nederzettingen en er zijn sporen van bewoning gevonden uit de bronstijd, steentijd, zelfs uit de tijd van de Neanderthalers. De 3 Erfgoedinstellingen willen dit erfgoed, ieder vanuit zijn eigen specialisme, verzamelen, behouden, beheren en exposeren voor jong en oud.

Op 4 april 2013 hebben zij de eerste producten van hun samenwerking gepresenteerd aan Wethouder Reusch: een gezamenlijk erfgoedkaartje (entreekaartje), een gezamenlijke folder en gezamenlijke set ansichtkaarten met foto’s uit verleden en heden uit de eigen collecties. De 3 Erfgoedinstellingen hebben de intentie hun samenwerking nader inhoud te geven in de vorm van een groeimodel en daarbij hun krachten te bundelen onder het motto “samen sterk”. In regelmatig bestuurlijk overleg stemmen zij de eigen activiteiten, exposities en publicaties gezamenlijk zo goed mogelijk op elkaar af. Het is de bedoeling om aansprekende publieksevenementen te bedenken en te organiseren. Bij hun activiteiten, exposities en publicaties drijven zij geheel op hun enthousiaste vrijwilligers.




De ondertekening door, v.l.n.r., John van Amstel (Museumwerf Vreeswijk), Harry ten Hove (Historische Kring/Museum Warsenhoeck) en Harry Koppelrath (Het Vreeswijks Museum).


Nieuws en weetjes


Woonschip De Zwerver bij de Museumwerf



Vanaf eind april 2011 ligt aan de kade bij de Museumwerf nog een ander bijzonder schip afgemeerd. Het is woonboot De Zwerver die moet worden opgeknapt. Ze is daarna nog een tijd te gast tot haar vertrek naar een definitieve plek.




De Zwerver op haar oude plek aan de Mijndensedijk in Loenen a/d Vecht

Cultuurhistorisch erfgoed
De Zwerver is niet zomaar een woonboot. De Landelijke Woonboten Organisatie droeg haar, net als de Ora et Labora, als cultuurhistorisch erfgoed voor aan toenmalige minister Plasterk.
Ze is de oudste woonboot in Nederland die als zodanig is gebouwd. Het woonschip is in 1900 gebouwd bij scheepswerf "De Vlijt" te Oude Wetering, voor en mede door de Nederlandse kunstenaar/graficus Wijnand Otto Jan Nieuwenkamp (1875 – 1950). Hij had met De Zwerver een mobiele woning, atelier- en tentoonstellingsruimte voor ogen. Het idee was zo bijzonder dat hij er zelfs de buitenlandse pers mee trok. De combinatie mobiel woonschip en tentoonstellingsruimte kreeg navolging.
Aanvankelijk bestond De Zwerver uit een rechthoekige bak met opbouw. Na een korte proefperiode, liet Nieuwenkamp er in 1902 een ijzeren scheepskop en -kont aanzetten naar het model van een houten Overijsselse praam. Het schip is daarmee vermoedelijk de enige Overijsselse praam die in ijzer is gebouwd.
De scheepsnaam De Zwerver is afkomstig van Nieuwenkamps motto: Vagando Acquiro (Al zwervend verwerf ik).


De Zwerver nog zonder kop en kont

Interieur
De schoonheid van deze woonboot zit vooral van binnen. Het oorspronkelijke interieur dat grotendeels aanwezig is, is een mix van zorgvuldig uitgezochte exotische houtsoorten, onderdelen uit middeleeuwse gebouwen en kunstwerken en versieringen gemaakt door Nieuwenkamp zelf.
Nieuwenkamp en zijn gezin trokken met De Zwerver door Nederland, België en Duitsland. Onderweg hield hij tentoonstellingen. De publieke belangstelling was groot. Van de bouw en de reizen van het schip maakte hij nauwkeurig en uitgebreid verslag in woord en beeld in zijn boek: "Mijn huis op het water – Mijn huis op het land", uit 1930.
Vanaf begin jaren dertig, ligt het schip steeds vaker op haar plek in Loenen a/d Vecht, wordt daar verhuurd en vervolgens in 1949 verkocht. Rond 1970 zou De Zwerver op een veiling worden verkocht. De belangstelling ging daarbij slechts uit naar het interieur. Marinus Brandt kocht het schip bijtijds, restaureerde het interieur en legde er een kettingbeding op zodat niets ervan uit het schip mag en kan verdwijnen. De volgende eigenaar zette de zorg voor schip en inhoud voort. Daarna kwam ze in handen van minder bevlogen eigenaren waardoor een zeker verval intrad.




Tekeningen van Nieuwenkamp van zijn woonkamer en atelier aan boord van De Zwerver

Nieuwe toekomst
De voorlaatste eigenaar wilde De Zwerver verruilen voor een nieuwbouwark. Omdat voor woonboten geen monumentenstatus bestaat en het schip daarom ook niet als cultuurhistorisch erfgoed is erkend, mag ze weg van de plaats waar zij tachtig jaar lang beeldbepalend was, desnoods naar de sloop.
Twee jaar lang stond het woonschip, met en zonder ligplaats, te koop. Sloop was een laatste optie. Schenking bood uitkomst. Het verlies voor Loenen a/d Vecht van het markante woonschip, is daarmee een feit. Voorlopige eigenaar is de Stichting Museum Nieuwenkamp die het schip op korte termijn zal overdragen aan stichting De Zwerver (i.o.). Behoud voor de toekomst en het vinden van een definitieve ligplaats en bestemming voor het schip zijn de volgende stappen waar de nieuwe Stichting De Zwerver zich voor inzet.
In de tussentijd is De Zwerver een bezienswaardige gast bij de Museumwerf. Vanaf november 2011, voorlopig t/m april 2012, is het schip daarom elke derde zondag in de maand, tussen 13 en 16 uur, en tijdens evenementen opengesteld voor publiek. Aan dit bezoek zijn, naast de normale entree, geen extra kosten verbonden. Wegens werkzaamheden kan de toegankelijkheid tijdelijk beperkt zijn. Groepen (min. 15 personen) kunnen De Zwerver op afspraak bezoeken. De opbrengst, €2,- p.p., komt ten goede aan de restauratie van De Zwerver. Aanmeldingen via museumwerf@museumwerf.nl.


Vagando Acquiro – Al zwervend verwerf ik, het levensmotto van Nieuwenkamp, dat hij aan De Zwerver verbond




Volg de vervanging van het vlak van de oude klipper ‘t Vertrouwen.




   

Over het schip

Bouwwerf en -jaar

Scheepswerf Van den Adel in Papendracht in 1889.

Lengte x breedte

26,67 x 5,40 mtr.

Laadvermogen

152 ton; na aanbrengen van verhoogde den en kalffdekken: 160 ton.

Eigenaren

Verschillende leden van de familie Jiskoot uit Kijfhoek en Dinteloord. Vervolgens drie generaties van de familie Slager uit Dordrecht.

Lading

Bij de familie Jiskoot voornamelijk kolen uit Duitsland naar Belgische bierbrouwerijen. Bij de familie Slager uiteenlopend door heel Nederland.

Gemotoriseerd

Halverwege jaren 50; eerder in 1939 met een zijschroef.

Uit de vaart

Vanaf 1964, tot 2013 gebruikt als woonschip aan de Kanaalweg in Utrecht.

Bijzonderheden

Waarschijnlijk het enige schip met nog de originele houten roef; Oude betimmering van roef en achteronder zijn aanwezig
Veel van de geschiedenis, zoals een groot deel van de boekhouding, is bewaard gebleven



Het proces


’t Vertrouwen wordt op de helling getrokken.



Eenmaal schoongespoten wordt de staat van het casco duidelijk: diepe corrosieputten en klinknagels zonder koppen. In maart 2014 zal het schip verder worden aangepakt.


Maart 2014




De luikenkap is opengelegd waarna zware spullen eruit zijn gehesen. Zonder de luiken erop, is goed te zien dat de merkels zijn genummerd. Die waren nodig om ze makkelijker weer op de eigen, passende plek terug te leggen na het laden of het lossen.



In de zijde is een doorgeefluik gemaakt. Het afvoeren van de planken van de buikdenning (de laadvloer), spullen en vuil wordt via zon gat een stuk gemakkelijker. Het ruim moet leeg zijn voordat er gewerkt kan worden aan het verwijderen van de vlakplaten.



Materiaal voor het nieuwe vlak wordt intussen aangevoerd. De nieuwe platen worden naast het schip gelegd, bij de tijdelijke werkplaats die speciaal voor deze klus in ingericht. Het donkere, gebogen apparaat is een buigmachine. De platen mogen er zijn: 7 mm. dik.





Het grote werk gaat beginnen. Dikke rookpluimen kringelen omhoog. Het is maar goed dat de luiken opzij zijn gelegd. In het ruim worden met branders de koppen van de nagels gestookt, waarna de platen los komen te zitten van de sporen.



De scheepshuid wordt in gedeeltes verwijderd. De eerste stukken liggen op de grond terwijl scheepsreparateur Ando Heijnis met de snijbrander in de weer is om de volgende platen los te branden. Zo van onder, krijg je een niet alledaags kijkje in het ruim.




Huidplaten zijn niet alleen aan de sporen en kimhoekijzers vastgeklonken. Ze zitten ook aan elkaar vast. In de richting dwars op het schip, zijn de platen onderling verbonden via smalle korte plaatjes ofwel stuikplaten. Ook die moeten worden doorgebrand. Eerst bikt Ando de roest eraf waarna de stuikplaat makkelijker kan worden doorgesneden.



Als de plaat bijna los is, slaan Ando en eigenaar Stijn Settels van binnenuit en bovenaf keggen in de kieren. De plaat zal zo van de laatste hechtingspunten losscheuren. Stofwolken stuiven op als de plaat met donderend geraas naar beneden valt. Op de foto wrikt Stijn het laatste stukje los.



Via de container verdwijnt een tastbaar stukje geschiedenis richting de ijzeroven om verwerkt te worden tot nieuw materiaal.



Omdat het vlak nu gedeeltelijk ontbreekt, komen er krachten op de spanten te staan die er eerst niet waren. Met hier en daar wat stutwerk, worden ze in het gareel gehouden.




Na de gedeeltelijke afbraak komt een gedeeltelijke opbouw. De eerste nieuwe plaat is op maat gesneden. Het is een kimplaat die Ando en Stijn in de juiste ronding buigen.



De mannen werken hard door. De eerste kimplaat is er tegenaan gezet. Aan de bovenzijde en dus nu binnenkant, zijn ogen gelast. Die waren nodig om de plaat te kunnen hijsen en op de goede plaats te houden voordat hij met een paar laspunten aan de sporen werd vastgezet. De lijnen zijn nog te zien. Die heeft Ando erop gezet toen de plaat nog vlak was. Ze gaven aan waar de plaat door de buigmachine moest worden geleid.




Een blik naar beneden en naar boven. De eerste kimplaten aan de beiden zijden zitten op hun plek.



Reparatie op reparatie in het verleden: zo krijg je vier lagen over elkaar. Dit ratje-toe aan plaatwerk zal straks verdwijnen.



Nu het eerste gedeelte van de kimmen zijn geplaatst wordt het tijd voor de eerste vlakplaat. Met een dommekracht drukt Stijn de plaat omhoog en strak tegen de sporen. Boven hem last Ando de plaat vast.




Nu komen de zijden aan de beurt. Een deel van het plaatwerk aan stuurboord is al verwijderd. Opnieuw komt er een prachtig lijnenspel tevoorschijn. Buiten kunnen we zien dat Stijn binnen bezig is met het losbranden van de huiddelen aan bakboord. De spanten waar we tegenaan kijken, zijn netjes schoon geslepen.



Na het losbranden worden ook deze platen er uitgeslagen. En dan krijg je dit . . . . . .



Als huidplaten zijn weggenomen, is niet meer te zien hoe ze precies liepen en strookten. Dit heeft Ando aangegeven met zogenaamde centerpunten: de twee kleine putjes in het midden. Ze markeren de randen van het verdwenen plaatwerk en geven de grens aan voor het nieuwe.



En zo ziet het er vanaf de parkeerplaats uit: een robuuste klipper met een open buik. Intussen is de nieuwe plaat al weer tegen de zijde gezet. Aan de stutten te zien zit die nog niet vast.




Een strip, met lijmtangen op zijn plaats gehouden, markeert de rand voor de volgende plaat die Stijn en Ando alweer in de juiste vorm buigen.



Ook deze plaat wordt met stutten in de juiste positie gezet. Met een aantal hechtpunten wordt de plaat aan de spanten bevestigd.



Onder het vlak wordt een speciale las-/schetsplaat aangebracht. Wanneer de platen aan elkaar worden gelast, ontstaan er spanningen in het plaatwerk en in de lasnaad door temperatuurverschillen. Door de platen bij te ondersteunen en de lasnaad zelf vrij te houden, vloeien deze spanningen makkelijker weg. Verder is goed te zien dat de platen aan de randen taps toe lopen. Dat is een V-naad met vooropening. Dit is nodig om een lasnaad aan te kunnen brengen op de volle dikte van de huidplaat.



Ando slijpt de kanten van een nieuwe plaat voor de kim aan bakboordzijde.




En ook deze plaat moet in vorm worden gedrukt. De vakken die op de plaat zijn getekend, geven de plekken aan waar de voet van de wals moet worden gezet.



Gekeken moet worden of de nieuwe kimplaat past. Het gevaarte hangt aan die handige, tijdelijk opgelaste ogen in de takels waarmee Stijn de plaats in positie brengt.




En zo ziet dan er van binnen uit.



Voor een zijwaartse trekkracht bevestigen Ando en Stijn nog een takel aan de zware H-balk.



Onder het vlak en buiten de gevarenzone kijkt Ando toe hoe de huidplaat op zijn plek komt.



De plaat blijkt niet helemaal haaks te zijn geleverd. Daardoor past het net niet helemaal lekker. Dan maar een stukje eraf. Het is niet erg dat de plaat iets korter wordt, zolang de lijn van de oude huidgang maar wordt gevolgd.



Nu er veel van het oude plaatwerk is weggehaald, rust het gewicht op de kale sporen. Ze dreigen te worden omhoog gedrukt. Om dit te voorkomen, is over de sporen, ter hoogte van de kielgang, is een zware H-balk gelegd die op een paar plaatsen is klemgezet.



De pasgemaakte huidplaat wordt op zn definitieve plaats teruggebracht waarna hij met een aantal laspunten wordt vastgezet.




De volgende kimplaat, weer een aan stuurboord, moet worden pasgemaakt en onder de wal worden voorzien van de juiste kromming. Om die vorm over te brengen worden mallen gemaakt. Stijn kijkt of de mal de goede kromming heeft.



Aan de andere zijde is de huid al ingezaagd. Dit stuk is het volgende dat van het schip wordt gesloopt.