Actueel

Nieuws en weetjes


Woonschip De Zwerver bij de Museumwerf

Vanaf eind april 2011 ligt aan de kade bij de Museumwerf nog een ander bijzonder schip afgemeerd. Het is woonboot De Zwerver die moet worden opgeknapt. Ze is daarna nog een tijd te gast tot haar vertrek naar een definitieve plek.




De Zwerver op haar oude plek aan de Mijndensedijk in Loenen a/d Vecht

Cultuurhistorisch erfgoed
De Zwerver is niet zomaar een woonboot. De Landelijke Woonboten Organisatie droeg haar, net als de Ora et Labora, als cultuurhistorisch erfgoed voor aan toenmalige minister Plasterk.
Ze is de oudste woonboot in Nederland die als zodanig is gebouwd. Het woonschip is in 1900 gebouwd bij scheepswerf "De Vlijt" te Oude Wetering, voor en mede door de Nederlandse kunstenaar/graficus Wijnand Otto Jan Nieuwenkamp (1875 – 1950). Hij had met De Zwerver een mobiele woning, atelier- en tentoonstellingsruimte voor ogen. Het idee was zo bijzonder dat hij er zelfs de buitenlandse pers mee trok. De combinatie mobiel woonschip en tentoonstellingsruimte kreeg navolging.
Aanvankelijk bestond De Zwerver uit een rechthoekige bak met opbouw. Na een korte proefperiode, liet Nieuwenkamp er in 1902 een ijzeren scheepskop en -kont aanzetten naar het model van een houten Overijsselse praam. Het schip is daarmee vermoedelijk de enige Overijsselse praam die in ijzer is gebouwd.
De scheepsnaam De Zwerver is afkomstig van Nieuwenkamps motto: Vagando Acquiro (Al zwervend verwerf ik).


De Zwerver nog zonder kop en kont

Interieur
De schoonheid van deze woonboot zit vooral van binnen. Het oorspronkelijke interieur dat grotendeels aanwezig is, is een mix van zorgvuldig uitgezochte exotische houtsoorten, onderdelen uit middeleeuwse gebouwen en kunstwerken en versieringen gemaakt door Nieuwenkamp zelf.
Nieuwenkamp en zijn gezin trokken met De Zwerver door Nederland, België en Duitsland. Onderweg hield hij tentoonstellingen. De publieke belangstelling was groot. Van de bouw en de reizen van het schip maakte hij nauwkeurig en uitgebreid verslag in woord en beeld in zijn boek: "Mijn huis op het water – Mijn huis op het land", uit 1930.
Vanaf begin jaren dertig, ligt het schip steeds vaker op haar plek in Loenen a/d Vecht, wordt daar verhuurd en vervolgens in 1949 verkocht. Rond 1970 zou De Zwerver op een veiling worden verkocht. De belangstelling ging daarbij slechts uit naar het interieur. Marinus Brandt kocht het schip bijtijds, restaureerde het interieur en legde er een kettingbeding op zodat niets ervan uit het schip mag en kan verdwijnen. De volgende eigenaar zette de zorg voor schip en inhoud voort. Daarna kwam ze in handen van minder bevlogen eigenaren waardoor een zeker verval intrad.




Tekeningen van Nieuwenkamp van zijn woonkamer en atelier aan boord van De Zwerver

Nieuwe toekomst
De voorlaatste eigenaar wilde De Zwerver verruilen voor een nieuwbouwark. Omdat voor woonboten geen monumentenstatus bestaat en het schip daarom ook niet als cultuurhistorisch erfgoed is erkend, mag ze weg van de plaats waar zij tachtig jaar lang beeldbepalend was, desnoods naar de sloop.
Twee jaar lang stond het woonschip, met en zonder ligplaats, te koop. Sloop was een laatste optie. Schenking bood uitkomst. Het verlies voor Loenen a/d Vecht van het markante woonschip, is daarmee een feit. Voorlopige eigenaar is de Stichting Museum Nieuwenkamp die het schip op korte termijn zal overdragen aan stichting De Zwerver (i.o.). Behoud voor de toekomst en het vinden van een definitieve ligplaats en bestemming voor het schip zijn de volgende stappen waar de nieuwe Stichting De Zwerver zich voor inzet.
In de tussentijd is De Zwerver een bezienswaardige gast bij de Museumwerf. Vanaf november 2011, voorlopig t/m april 2012, is het schip daarom elke derde zondag in de maand, tussen 13 en 16 uur, en tijdens evenementen opengesteld voor publiek. Aan dit bezoek zijn, naast de normale entree, geen extra kosten verbonden. Wegens werkzaamheden kan de toegankelijkheid tijdelijk beperkt zijn. Groepen (min. 15 personen) kunnen De Zwerver op afspraak bezoeken. De opbrengst, €2,- p.p., komt ten goede aan de restauratie van De Zwerver. Aanmeldingen via museumwerf@museumwerf.nl.


Vagando Acquiro – Al zwervend verwerf ik, het levensmotto van Nieuwenkamp, dat hij aan De Zwerver verbond


Stoer hout bij de Museumwerf

Bij Museumwerf Vreeswijk ligt sinds 21 januari 2011 een uniek schip. Het is de HD 7 / Anton Frans. Volgens de eigenaar, de Stichting Nozebo, is zij de laatst overgebleven houten Noordzee botter. Het vermoeden is dat de botter in 1878 is gebouwd als zeilschip met 1 mast bij scheepswerf De Lastdrager in Enkhuizen voor een visser uit Den Helder. Het schip is ongeveer 15 meter lang en 5 meter breed.
De oude botter heeft veel meegemaakt. Ze kende periodes van bloei en verval, is een aantal malen gezonken en heeft heel wat opknapbeurten achter de rug. Zij heeft verschillende eigenaars gehad en gevaren onder de namen: HD (Den Helder)7; UK (Urk) 72; KW (Katwijk) 80, Tinie; ARM (Arnemuiden)7; ARM 7 / Petrus; UK 72 en tot slot Anton Frans. Tot 1961 deed zij dienst als visserschip op de Noordzee, van Het Kanaal tot aan IJsland. De laatste jaren was ze veranderd in een motorschip met moderne opbouw.
Een aantal jaren terug is begonnen met een grondige restauratie. De afwerking vindt plaats op de Museumwerf door Wim Mendelts. Er zal gewerkt worden aan het dek, de verschansing (boeisel) en het dekmeubilair (dekhuis, koekoek, luiken, bolders e.d.). Ook wordt er een motor geplaatst.





Een kijkje in het ruim levert een prachtig lijnenspel op. Bijzonder aan deze botter is, dat de spanten heel dicht op elkaar staan. Deze spanten bestaan uit zogenaamde liggers (op het vlak) met daarop de oplangers (langs de zijden). De zitters ernaast (de krommers naast oplangers én liggers) zorgen voor de verbinding. De ruimte tussen de spanten is minimaal zodat sprake is van een zwaargebouwd schip. Noordzeebotters moesten de grote krachten kunnen opvangen die het zeilen over en vissen op de woeste baren van zee met zich meebrachten.
De Anton Frans is helemaal van eikenhout gemaakt, behalve het dek: dat is van Amerikaans Grenenhout. Een eiken dek zou te glad, en dus gevaarlijk zijn. Zoals het schip er nu bijligt weegt het al 28 ton.



Niet alleen de spanten vangen de kracht op. Ter hoogte van de mast is daartoe in het dek een extra zware balk verwerkt, de zogenaamde mastbank. Daaronder, tussen dek en wand, moeten aan weerszijden drie of vier kniestukken worden aangebracht. Die knieën kunnen wel zo’n 100 kg per stuk wegen. De twee kniestukken op de foto zijn ongeschikt om grote krachten op te vangen omdat ze uit een dik stuk hout zijn gezaagd waarvan de nerven niet de vorm van de knie volgen. Ze zullen vervangen worden door natuurlijk gegroeide krommers. Die zijn te halen uit kromgegroeide stammen of takken.

Restauratiewerkzaamheden

Een aantal jaren terug is begonnen met een grondige restauratie. Daarbij is o.a. het onderwaterschip gebreeuwd. Voor het breeuwen ofwel het dichten van de naden, wordt met een speciale breeuwhamer geteerde hennepvezels, ook wel werk genoemd, in de naden geslagen. Daarna worden de naden afgedicht met tixophalt bitumenkit. Vroeger gebeurde dit met pek.



Bij de Museumwerf is het breeuwwerk afgemaakt. Omdat dit de naden boven de waterlijn betreft, kon het schip in het water blijven.



Voor de reconstructie van verschansing en dekmeubilair moet eerst e.e.a. worden aangevoerd. Met deze indrukwekkende stapels hout als bouwmateriaal, herleefde wel heel oude tijden voor de werf.



Wim geeft uitleg aan werfmedewerker Hans Monrooy (links) over de reconstructie van verschansing, voorsteven en het krophout (zie verderop). Welke hoogte en welke hoek verschansing en krophout hadden t.o.v. het dek, is onbekend. Leidraad voor de reconstructie vormt o.a. een oude bouwtekening van een vergelijkbaar schip dat in dezelfde tijd bij scheepswerf De Lastdrager werd gebouwd. Daarnaast wordt er gewerkt met zichtmallen waaruit door veel zichten, passen en meten en vergelijken de echte mallen worden ontwikkeld.





Op het voordek werkt Wim aan de reconstructie van het krophout. Het krophout is de zware, horizontale verbinding tussen voorsteven, dek en berghouten, die ook op enorme krachten berekend moet zijn. De beukende golven tegen de boeg dreunen hierin door evenals de krachten via de visnetten en het anker. Een krophout weegt zomaar een ton.
Met krijt tekent Wim de vorm af waarna met de kettingzaag het krophout wordt gemodelleerd.





De zichtmallen aan stuurboordzijde zijn geplaatst. Nu wordt ook de gilling zichtbaar, de overgang van het hoge naar het lage deel van de verschansing op het voorschip. In deze fase kunnen ook de plaatsen voor de bolders worden bepaald. Aan bakboord worden natuurlijk dezelfde handelingen verricht. Daarbij moet wel worden bedacht, dat de bak- en stuurboordzijde niet perfect symmetrisch zijn.



Op de foto het bovenste deel van de oude voorsteven met een deel van de snars. Een snars is de dubbeling van de voorsteven met daarin een schijf verwerkt, waarlangs de ankertros wordt geleid. Deze botter had een 80 kg zware dreganker met een lange schacht.
De voorsteven was al eerder vervangen maar Wim is niet tevreden over de vorm. Op een eerdere foto is de zichtmal te zien die model staat voor het nieuwe exemplaar. De snars wordt eveneens gereconstrueerd waarbij de oude schijf wordt hergebruikt. De restanten van snars en steven worden zorgvuldig bewaard.



Op het achterschip staat het achterhuisje, een benaming die een groter vertrek doet vermoeden. Niets is minder waar. Het achterhuisje is slechts geschikt voor het opbergen van lossen spullen zoals touw, een puts e.d., en zorgt voor ventilatie. De ruwe schets van de opening in de voorzijde is met krijt aangebracht. De verschansing zal straks netjes op het dekhuis aansluiten.
De plaats en afmetingen van de stuurkuip, een verdiept stukje dek waarin de roerganger beschut kan staan, kunnen nu ook worden bepaald.
Vlak voor de stuurkuip komt een laag dekhuis met het ingangsluik naar het ruim.
Verder moeten nog enkele licht- en luchtluiken gemaakt worden.

In een later stadium zal er worden nagedacht over het braadspil (de ankerrol), het roer, en de mast, de zijzwaarden en andere dingen die nodig zijn voor de zeiltuigage.