Scheepstype

Aak, Hagenaar

Oude scheepsnamen

Evelina, Hoop op Welvaart, Corrie

Bouwwerf en -jaar

Scheepswerf en Machinefabriek gebr. Van Zutphen in 1913

Lengte x breedte x holte

17.44 x 3.97 x 1,38 meter

Laadvermogen

50 ton




Restauratie

Hagenaar

Onze zandaak is een echte Vreeswijkse aak, in die zin dat ze in Vreeswijk is gebouwd en wel door Scheepswerf en Machinefabriek, Gebr. Van Zutphen. Opdrachtgever is de Mijdrechtse schipper Piet van Veen. Jaar van aanbouw is 1913. Het schip wordt "Evelina" gedoopt.
Hoelang zij bij Van Veen in dienst was en wat zij precies vervoerde was niet bekend.

Het schip wordt aangeduid als Hagenaar of Haagvaarder. Zo worden schepen genoemd die in die tijd net smal, laag en ondiep genoeg waren om tot in de kern van Den Haag te kunnen komen.
Op een gegeven moment maakt de aak deel uit van de Vreeswijkse zandvloot. Volgens de gegevens bij de teboekstelling in 1931 was het schip eigendom van de Vreeswijkse zandschipper Petrus (Pieter) van Rossum Thijszoon (echtgenoot van Alida van Rossum). De scheepsnaam blijkt veranderd in "Hoop op Welvaart". In het Dagregister van het kadaster staat:


Klik hier voor het dag register

De ruwolie Dieselhulpmotor die hierboven wordt genoemd stuwt een zijschroef aan.
In 1936 wordt het schip door de Scheepsmetingsdienst hermeten. Op dat moment is de aak van zandschipper Joseph Stekelenburg, bijgenaamd ´Dove Josef´. Stekelenburg blijkt de zwager te zijn van vorige eigenaar Van Rossum Thijszoon (Stekelenburgs vrouw, Johanna Cornelia van Rossum, is de zus van Alida Van Rossum. Overigens gold voor de kinderen van Stekelenburg de familiebijnaam ´De Muis´. ) Op een lijst van Rijkswaterstaat komt Joseph Stekelenburg in 1936 voor als een van de vergunninghouders voor ´het baggeren met den hijschbeugel op de Neder-Rijn en de Lek.´ Ook bij Stekelenburg behoort de "Hoop op Welvaart" dus tot de Vreeswijkse zandvloot. Hoe lang er zand met het schip wordt gewonnen en vervoerd, is niet bekend. Zij doet waarschijnlijk nog dienst tot op de onfortuinlijke dag dat Stekelenburg, zoals gewoonlijk, huiswaarts keert en zijn schip aan de kade achterlaat. Het verschil met de andere dagen is het feit de kachel op dat moment nog brandt en niemand aan boord is om in te grijpen als het fout gaat.



Woonschip
We vinden de "Hoop op Welvaart" weer terug in 1948 op de jaarrekening van aannemersbedrijf Jac. G. van Oord NV (huidige aannemersbedrijf van Oord te Gorinchem). Het schip blijkt voor HFL. 750 te zijn aangekocht als uitgebrand casco. De scheepsnaam verandert in "Corrie", naar de dochter van baas Jac. G. Van Oord. Op de werkplaats in Vianen wordt ze door het bedrijf omgebouwd tot woonschip. Daarin wordt personeel van het aannemersbedrijf gehuisvest. Haar houten opbouw is wit geverfd, knus met vensters die zijn voorzien van bovenramen met glas-in-lood. Samen met andere tot woonboot opgebouwde schepen reist het voormalige zandscheepje het aannemerswerk achterna, kriskras door Nederland, met het personeels gezin aan boord. Het onderhoud aan het onderschip wordt in die tijd verzorgd door Buitenweg. Gedurende 32 jaar leidt onze aak een trekkend bestaan tot ze in 1980 in Vianen aan het sluiseiland terechtkomt en door het bedrijf wordt verkocht. Ze ligt als woonschip op een vaste plek totdat de gemeente Vianen de ligplaats opheft en de "Corrie" in 2003 aan Vianense Watersportvereniging De Peiler verkoopt. In 2007 komt de aak door schenking officieel in handen van Museumwerf Vreeswijk. Haar opbouw wordt er af gesloopt waarna het kale casco op het terrein wordt gezet. De Museumwerf zal een optische restauratie ter hand nemen waarna ze er weer uit zal zien als de zandscheepjes die zo talrijk en beeldbepalend waren voor Vreeswijk. Maar haar eigenlijke functie wordt expositieruimte voor oude scheepsmotoren. En zo is de Vreeswijkse Aak, weer "Hoop op Welvaart" genoemd, teruggekeerd naar de werf waar ze lang in onderhoud is geweest, in het dorp dat eens haar thuishaven was en op steenworp afstand van haar bakermat, de plek van Scheepswerf en Machinefabriek, Gebr. Van Zutphen.

Restauratie
Wegvaren is er voor de "Hoop op Welvaart" niet meer bij. Op 11 februari 2008 is zij definitief op het droge gezet. Haar vaste staanplaats is nu op het zuidelijkste punt van het werfterrein. Voordat het schip er weer uitziet als een zandaak van weleer en dienstdoet als tentoonstellingsruimte voor oude scheepsmotoren, moet er heel wat gebeuren. Na het verwijderen van de opbouw bleef een haveloos, kaal casco over waaraan nog van alles mankeert. Tijdens de ombouw tot woonschip, waren destijds delen van het casco weggesneden. Dat wordt als eerste hersteld. In de loop van 2009 is begonnen met het optrekken van het boeisel tot oorspronkelijke hoogte zodat de mooie lijn van het schip weer zichtbaar is. Vervolgens staat het terugbrengen van de smalle gangboorden op het programma. Daarna worden de den, merkels, gebinten en scheerbalken weer aangebracht, wat zal worden bekroond met een luikenkap. Mensen met oog voor zandschepen zullen wellicht opmerken dat zo'n ruim met een den niet gebruikelijk was. Dat klopt. Maar omdat de "Hoop op Welvaart" expositieruimte wordt, is het noodzakelijk dat het schip weer van een afsluitbaar laadruim met een den wordt voorzien. In feite gaat zij daarmee terug naar een eerdere staat als vrachtschip, zoals ze voor haar eerste schipper, de Mijdrechter Piet van Veen, was gebouwd. Natuurlijk zal er in de toekomst weer een roef op het schip verschijnen. De bouwschets ervan ligt al klaar. In een latere fase zal ze ook weer zijn voorzien van een fiere mast en zo'n indrukwekkende zijschroefinstallatie.

Stand van zaken
Najaar 2009: boeisel aangeheeld
Winter 2009/2010: gangboorden aangebracht en op de juiste maat gesneden. De den begint vorm te krijgen.

De restauratiewerkzaamheden worden grotendeels verricht door Marinus Molegraaf, technisch vrijwilliger van de Museumwerf.