Historische schepen

Historische schepen
Aan de Prins Hendriklaan, de overzijde van de Museumwerf, liggen 12 historische schepen. Deze schepen vormen een gevarieerde collectie. Uit 52 aangemelde schepen zijn er door de Schouwcommissie 12 uitgekozen. De keuze is in eerste aanleg bepaald door de oorspronkelijkheid van de schepen: hoe authentieker, hoe beter. Verder is ook gelet op het tot stand brengen van de nodige variatie, om zo een collectie schepen te verkrijgen, die een afspiegeling geven van de historische binnenvaart.
Via de pont kan een bezoek aan de Museumwerf worden gecombineerd met een wandeling langs deze historische schepen. Voor elk schip is een informatiebord geplaatst, waarop wetenswaardigheden over het betreffende schip staan vermeld. Soms treft u achter het bord geen schip aan of past het bord niet bij het schip dat er ligt. Dat kan vooral tijdens het vaarseizoen het geval zijn want schepen zijn er nu eenmaal om mee te varen. Na verloop van tijd keren ze weer terug op hun vertrouwde plek, achter het informatiebord.


Overzicht



Buiten Verwachting



In opdracht van Wiggert de Jong zijn vier luxe motors gebouwd. In 1927 is de luxe motor Buiten Verwachting gebouwd voor zijn zoon Dirk de Jong bij scheepswerf Timmer in Overschie. Speciaal voor de sluisbreedte van Scheveningen is het schip niet zo breed. Ter bevordering van de manoeuvreerbaarheid is het schip uitgerust met een koproer, welke tot op heden nog steeds functioneert.

Bij de bouw is een gloeikop Hollandia 30 pk motor geplaatst. Later is deze motor vervangen door een Clockner Deutsch 116 pk, waarmee het schip de meeste vrachten heeft vervoerd. Op dit moment staat er een Kromhout GSV 5 cilinder in het schip.

Het schip was ingericht omzand en grind naar Scheveningen te varen. De laad- en losinstallatie voorzien van een Kleis motor maakte zelfstandig laden en lossen mogelijk. Omstreeks 1945 is het schip verlengd en de den verhoogd bij scheepswerf Kempers in Alphen aan de Rijn. Hiermee is het tonnage vergroot van 86 naar 116 ton. Dit is nog steeds duidelijk te zien aan de zijkant van het schip.
In de periode van 1953 tot 1962 heeft zoon Freek de Jong het schip gevaren in de omgeving van Limburg en België. Van 1962 tot 2002 heeft het schip gefunctioneerd als opslag bij Machinefabriek Terlouw.

Daarna heeft familie de Jong het schip gerestaureerd in originele staat. Sinds de zomer van 2013 zijn wij de gelukkige eigenaren van de Buiten Verwachting en veranderen het schip in een historisch, varend woonschip.




Geesina Maria



Klipperaak "Geesina Maria" , 17 m. x 3,50 m.

Het schip is gebouwd bij scheepswerf "De Nijverheid" van G. Barkmeyer en Zn. te Aalsum.
De werf lag direct buiten de stadsgracht van Dokkum. Na annexatie lag de werf dan ook in Dokkum.
Tekst uit het werfboek: "Schepen te water gelaten in 1916".
Aakje Hoop op Zegen, 18 last 36 ton van der Wal Leeuwarden.
Het schip is te water gelaten als 5 Gebroeders.
Er werd o.a. afbraak van huizen mee vervoerd.
Op 10 juni 1922 werd het schip verkocht aan Johannes Reidinga uit Terhorne.
Hij vervoerde er o.a. terpaarde, stront en hooi mee.
Toen het varen met een 35-tons scheepje niet meer lonend was werd de den opgehoogd en werd het schip als woonschip gebruikt.
Direct na de oorlog werd het schip verhuurd voor charter. Dit kostte toen fl. 250,- per week.
Op een van de foto's uit die tijd zijn 17 gasten te zien.
In die tijd verhuurde hij zich ook aan een baggermaatschappij en sleepte het schip met de baggermolen mee door Nederland. Hij is in die tijd o.a. op de Lek, de IJssel en in Woerden geweest.
Toen er een jongen geboren werd, is het schip naar hem genoemd: Atze.
In 1949 werd de Atze verkocht aan dhr. Vermeer, de directeur van de Gero fabrieken.
In 1952 is het schipweer verkocht, aan dhr. Hammes. Hij zette er een busachtige opbouw op en ging erop wonen in Nieuwkoop, tot 1976.
In 1976 werd het schip verkocht aan dhr. Olthuis. Hij voer ermee naar Hellevoetsluis. Hij verkocht het in 1980 aan Dhr. Haquebord en zonen en dhr. Borgeman, allen uit Dokkum.
Zij hebben een start gemaakt met de restauratie. Het schip werd echter als een open kale bak afgemeerd in de Nieuwe Zwemmer, regende vol en zonk half over bakboord. Ze moesten het in 1984 verkopen. Dhr. Witteveen kocht het en gaf een tweede aanzet tot restauratie. Het werd echter half werk en in 1986 lag het schip te koop in Heeg.
Toen werden wij, Johan Sloots en Monique Molhuizen, eigenaars en noemden het Andante Grazioso. Wij hebben de zaken voortvarend aangepakt. Nieuwe ongestaagde mast, giek, zwaarden, luikenkap en zeilen (een drents tuig), alles volgens de oude foto's die we hadden. In 1996 kreeg het schip de naam Geesina Maria.
In 2009 is het schip aan de buitenkant volledig gerestaureerd, voor een groot deel geklonken.
Het is weer geschilderd in de originele kleur groen.
De roef is ingetimmerd in de stijl van 1923, zoals het ons beschreven was door een dochter van schipper Reidinga.





Nora



Directieboot Nora is in 1908 in Amsterdam gebouwd in opdracht van de ADM,
(Amsterdamse Droogdok Maatschappij).
Behalve voor het vervoeren van klanten over het IJ, werd de boot ook gebruikt voor toertochtjes op de Zuiderzee en de Vecht of voor het naar school brengen van de dochter van de directeur.
De boot heeft nog steeds haar oude naam. Menig oude schipper die vaker op het IJ voer kent de Nora. Zo werd verteld dat de binnenkant ooit afgewerkt was met mahonie. Na de oorlog was Nora niet meer die deftige dame en is ze onder andere gebruikt om vuilnisschuiten te vervoeren.
Toen de huidige eigenaar de boot in 1990 kocht was het een triest geheel. De motor, een 40 pk Kromhout die in het midden van de boot staat, liep nog wel maar vroeg nog heel veel onderhoud. Het ruim was een grauw beroet hol vol troep, met kale ijzeren wanden waar een lekke uitlaat alles grijs gemaakt had.
Stap voor stap werd de boot opgeknapt. Deuren, luiken, banken, een machine kamer, niet meer lekkende tanks, aanrecht, toilet, bergruimte, enz, enz. Momenteel wordt de kuiprand onderhanden genomen en wordt er aan een demontabel stuurhutje gewerkt.
Binnen is er stahoogte (1.90 m) en kunnen 4 personen slapen. Bij het roer heeft de boot een diepgang van 1.20 m. Ooit heeft er een 1 cilinder Kromhout in gestaan, dat is nu een 4 cilinder van rond 1940.





Janna


Op de helling bij scheepswerf Worst in Meppel, dertiger jaren

Scheepsnaam Janna
Scheepstype Tjalk
Bouwjaar 1898
Gegevens 25,12 x 5,00 x 1,90 m, laadvermogen150 ton.
Voortstuwing 234 m2 zeil, en een 120 pk DAF 615 dieselmotor.

Toen:
Scheepswerf Mittendorff in Dedemsvaart bouwde in 1898 een tjalk met een laadvermogen van 75 last. Op speculatie, vertrouwend dat er wel een koper gevonden zou worden.
In 1899 werd het verkocht aan schipper Albert Veldman van Hoogeveen, die zijn houten tjalk inruilde en na 5000 gulden bijbetalen eigenaar werd. Het schip voer vervolgens negentig jaar lang voor drie generaties van de familie Veldman, met domicilie Vreeswijk. Met ladingen zoals grind, bakstenen, graan, kolen etc. Het was gebouwd als zeilend vrachtschip, maar werd in de vijftiger jaren verbouwd tot motorvrachtschip.
In 1988 deed het zijn laatste reis; 150 ton erwten van Rotterdam naar Woerden. Het was toen een van de allerlaatste nog vrachtvarende tjalken.

Nu:
We kochten de Janna in 1996 en hebben haar gerestaureerd als zeilend vrachtschip. Het ziet er van buiten weer uit zoals rond 1930. In het ruim is nu onze woning. We hebben 10 jaar lang in de Oude haven in Rotterdam gelegen, maar hebben nu een vaste ligplaats bij de Museumwerf Vreeswijk in Nieuwegein.
In onze vakanties varen we ermee. We zijn er al mee naar oa. de Franse kanalen, de Oostzee en de Engelse oostkust geweest. Het schip is een goede zeiler. We varen gewoonlijk met z'n tweeën, en dat gaat prima. We vinden het erg leuk om op zo'n mooi historisch schip te varen, en genieten van de vele positieve reacties die we erover krijgen.

Jannette en Erik Schumacher
http://web.me.com/eschumacher


Op het IJsselmeer in 2008



Aaltje


Aaltje ingezet bij dorpsfeest Wildervank in 1932, nog zonder motor of opduwer.

Aaltje is een Gronings Bolschip en is lid van de grote tjalkenfamilie, een van de weinigen die in Nederland nog zeilend in de vaart is. Het schip dateert uit 1923 en wordt sinds 1985 beheerd door de Vereniging het Zeilend Bolschip. De vereniging bestaat uit een groep vrienden, mannen en vrouwen; liefhebbers van klassieke schepen. Aaltje wordt niet bewoond, in hun vrije tijd maken de verenigingsleden zich sterk voor het behoud van dit unieke schip. In de winter ligt het schip in de museumhaven in Vreeswijk. In de zomermaanden ligt zij in Akkrum (Fr), een prima uitvalsbasis voor zeiltochten over de Friese Meren, IJsselmeer en Waddenzee. Zie ook: www.bolschipaaltje.nl.


Aaltje op de afgedamde Maas onder zeil anno 2010.



Neeltje


Foto begin jaren '30


Scheepstype:

Luxe motor

Bouwjaar:

1929

Lengte:

31,5 meter

Breedte:

5,40 meter

Diepgang:

1,16 meter

Motor:

Gardner

Vermogen:

6 LX , 110 PK

Bouwwerf:

de Vooruitgang, Alphen aan den Rijn


Het getuigt van zakelijk inzicht en moed van de Ouderkerkse Joris van de Ben om in de nadagen van de zeiltijd en aan de vooravond van de economische recessie van de jaren '30 opdracht te geven tot de bouw van een luxe motor.
Dit evenals zijn broer Arie, zodat beide identieke schepen in de vaart brachten, de "Neeltje" en de "Geertruida".
De bouw werd gegund aan de gerenommeerde werf "De Vooruitgang" van de gebr. Boot uit Alphen aan den Rijn, de werf die bekend stond om hun mooie schepen.
De opdracht luidde; een zandschip met zelflos-installatie moest worden gebouwd. Zwaar gebouwd want de denneboom was bijv. 10 mm dik, spanafstand 35cm, in de kop 17,5 cm, enkel zaathout, mooi rond in de kimmen en voorzien van een zandschot.
De motor werd natuurlijk een Industrie. Onder het voordek was een royaal vooronder, terwijl achterop een flinke, mooie gelijnde roef als schipperswoning was. Kortom, het werd een pront schip met veel holte en een mooie zeeg. De schipper noemde haar naar zijn vrouw, Neeltje van de Ben.
Na het bombardement van Rotterdam mei 1940 was de "Neeltje" in de Waalhaven gezonken na inslag van 6 brandbommen.
Tot 1942 heeft J. v.d. Ben het schip gevaren, waarna het door de Duitsers gevorderd is.
De "Neeltje" heeft na deze periode de rest van de oorlog door gebracht in Noorwegen, varend voor de Kriegsmarine.
Na de oorlog kwam zij in desolate toestand terug in Nederland. Beschadigd door inslagen, ontdaan van laad- en losgerei en volledig leeggeroofd.
Gevorderde schepen die terug keerden in Nederland stonden nog enige tijd (voor de "Neeltje" een periode van 5 jaar) onder gezag van de overheid.
Het schip heeft tot 1996 beroepsmatig gevaren.
In 2000 hebben wij, Hugo en Sandra Berkouwer het schip gekocht en grondig verbouwd en aan gepast aan de eisen van 2010.


Zo ziet het schip er uit na 6 jaar restauratie



Trio


Foto uit 1908

De Trio is een rivierklipper, gebouwd in 1901, bij de "Gebr. Paans" te Roodevaart.
Bakker Van der Linden uit Hellevoetsluis heeft het schip laten bouwen en verkocht het 8 jaar later aan schipper A.J. Muller.
De naam veranderde toen van "de Trio" in "Trio" en heeft vracht gevaren voor 3 generaties Muller uit Puttershoek.
In 1973 werd de Trio verkocht aan vader en zoon J. Goudriaan uit Krimpen aan den IJssel en werd het schip LIS (Leven Is Strijd) genoemd.
Onder de schippers Goudriaan heeft de Trio 23 jaar vracht gevaren op de Nederlandse wateren.
Toen zoon Goudriaan in 1996 met pensioen ging, heeft hij het vaartuig verkocht. In augustus 2003 is het schip in het bezit gekomen van de huidige eigenaar.

De Trio heeft tot na de Tweede Wereldoorlog zeilend vracht gevaren. Net na de oorlog ontmoette de toenmalige conservator van het scheepvaartmuseum Rotterdam, Petrejus, de Trio.
Hij stimuleerde zijn modellenbouwer Hazenberg, om een model te maken van een zeilende binnenvaartklipper, met de Trio als voorbeeld.
In 1948 is het schip gemotoriseerd met een 2 cilinder blauwe Deutz (36 pk) en werd het rondhout verwijderd. De zwaarden behielden hun functie.
Vijf jaar later (1953) is de Trio verlengd tot 37 meter en werden tevens een nieuwe salonroef en een stuurhut aan de den geplaatst.
In 1997 is een start gemaakt met de restauratie, het schip is ingekort tot de originele lengte, het mastdek en mastspoor gerestaureerd en ook de den verlaagd.
De stuurhut en de salonroef zijn in 2004 verwijderd, stuurwerk, dek en zeilroef zijn begin 2005 geplaatst.
Eind 2005 is er een nieuw mastdek met een mastvoet geplaatst, tevens zijn de bolders vervangen en is er een scheerbalk met merkels geplaatst.





Lumey


De 'Quo Vadis' van schipper Den Haan

In 1908 wordt voor schipper Pos op de werf 'De Dageraad' in Woubrugge de zeilklipper 'Excelsior' gebouwd. In 1954 heeft wordt het schip overgenomen door schipper Den Haan, een neef van schipper Pos. Tot die tijd heeft het schip altijd gezeild.

Na de overname krijgt het schip de naam 'Quo Vadis'. Schipper Den Haan laat hetzelfde jaar nog de zijschroef (lamme arm) installeren. Het tuig, de zeilen en de mast worden van het schip verwijderd en de den wordt verhoogd om meer lading mee te kunnen nemen.

In 1992 word de klipper verkocht. De nieuwe eigenaar begint met een uitgebreide restauratie waarbij onder andere de den weer wordt verlaagd en er weer een mast met tuig word geplaatst.

Sinds 1999 is het schip bij ons in de familie en eind 2007 zijn wij de eigenaar geworden van de klipper. Het schip heet nu 'Lumey' en word gebruikt als varend woonschip. De voortstuwing van het schip is naast de zijschroef uitgebreid met een hoofdmotor achterin. Ook het zeiltuig van het schip zal de komende jaren weer in orde worden gemaakt.

Technische gegevens 'Lumey'

Lengte:

22 meter

Breedte:

4,10 meter

Diepgang:

0,9 meter

Laadvermogen:

82 ton


Hoofdmotor:

Gardner LW4 van 62 pk gekoppeld aan een keerkoppeling van Rijsdijk, type OK4

Hulpmotor:

Deutz MAH 322 gekoppeld aan een zijschroef installatie van Admiraal uit Hasselt


Vaargebied vroeger:

heel Nederland



Leuke weetjes:

Het verhaal gaat dat het schip zo goed zeilt dat schipper Pos de kluiverboom nooit heeft opgehaald.

Schipper Pos wilde niet dat er aan het schip gelast werd. Alles moest weer geklonken worden.

Er was vroeger een speciaal toilet op het schip: een droogtoilet. De reden hiervoor: schipper Pos en schipper Den Haan wilden geen gat in het schip maken.

In het schip is het originele interieur nog aanwezig. 100 jaar na de bouw van het schip word hier nog steeds gewoond.

De Deutz heeft dienst gedaan als generatorset bij een villa in het Gooi voordat deze op de klipper geplaatst werd.

De zijschroefinstallatie was in 1954 al een tweede-handsje.

Na 30 jaar stil te hebben gestaan, heeft de Deutz in 2005 voor het eerst weer gedraaid.

Tijdens de bietencampagne werd het schip tot de pen van de middenbolder afgeladen. (20 ton te veel, 25%!) In het gangboord lag een loopplank om het schip begaanbaar te houden. Gelukkig hoefde er niet ver gevaren te worden.

Tijdens het innemen van lading kwam moeders (de schipperse) eens naar buiten kwam gestormd en riep dat er gestopt moest worden met laden: het water stroomde over de drempel de roef in.

Na het laden was het schip vervormd waardoor de gebinten (wegneembare stalen balken overdwars in het schip) niet meer pasten. Met een dommekracht werd het schip uit elkaar gedrukt zodat de gebinten geplaatst konden worden.

Wij hebben leuk contact met de zonen van schipper Den Haan. Op deze manier komen er steeds 'op zolder bewaarde dingen' van het schip terug naar het schip.


De 'Lumey' op het Hollandsch diep bij Strijensas